Het Dappere Dwergje

Een sprookje over de ontdekking van nieuwe werelden en hoe deze samenhangen.

Lang, lang geleden in een land hier ver vandaan, leefde het Dappere Dwergje. Hij woonde onder de grond in het Dwergenkoninkrijk. Het was een dwergje zoals alle andere dwergen. Hij werkte hard, zorgde voor z’n gezin en genoot af en toe van de momenten dat hij bij een ondergronds meertje kon zitten met zijn vrouw. Andere dwergen waren blij met hem. Hij had veel energie en was creatief. Hij kwam met de mooiste ideeën en plannetjes die hij nooit allemaal ten uitvoer bracht, maar het was inspirerend voor de dwergen om hem heen. Het dwergje leefde gelukkig en tevreden.

Het Dappere Dwergje werkte zoals bijna alle dwergen aan het vastgestelde werk. Dit was werk dat de koning van de dwergen aan hem had toegewezen. Hij was er trots op dat de koning zijn talenten zag en dat hij kon bijdragen aan het koninkrijk. Toch kriebelde er ook iets bij het Dappere Dwergje. Hoe wist de koning van iedere dwerg wat zijn talenten waren? Waarom mochten dwergen zelf niet bepalen welk werk ze wilden doen? Deze vragen hielden hem wel bezig, maar door de drukte met zijn gezin en het werk, verdwenen ze weer naar de achtergrond.

Op een zekere dag gonsde het van de geruchten in het Dwergenkoninkrijk. Er zou een wezen uit het Bovengrondse Koninkrijk gesignaleerd zijn. Iets of iemand die niet altijd onder de grond had geleefd, maar in een ander koninkrijk boven de grond.

Voor de meeste dwergen bestond alleen de wereld in de grond, het koninkrijk waarin ze woonden. Ze waren sceptisch en geloofden niet in een Bovengronds Koninkrijk. Ze waren ervan overtuigd dat het Dwergenkoninkrijk het enige koninkrijk was dat bestond. De grenzen waren duidelijk. In het Oosten de Grote Muur, waar niemand doorheen kon. In het Westen bevond zich het Grote Water, dat niemand ooit had durven oversteken. In het Noorden bevonden zich de Graven van de Voorouders waar geen dwerg zich in zou wagen. Tenslotte werd het Zuiden van het koninkrijk begrensd door twee wachters die een soort kloof bewaakten.

Natuurlijk waren er geruchten. Al zolang het dwergenvolk leefde, waren er verhalen van dwergen die het gewaagd hadden om een grens te trotseren. Ze waren nooit meer teruggekomen.

Toen het bovengrondse wezen gesignaleerd was, werd het Dappere Dwergje direct nieuwsgierig. Hij ging op pad om dit bovengronds wezen te vinden. Het bleek niet zo moeilijk, want inmiddels hadden meer mensen het gezien en waren er zelfs bijeenkomsten waar je met dit wezen kon praten. Onze dwerg ging direct naar de afgesproken plek om het wezen ontmoeten. Een klein beetje teleurgesteld was het dwergje wel toen het wezen een gewone dwerg bleek te zijn. Wat was hier nou zo bijzonder aan?

Maar toen de bovengrondse dwerg zijn verhalen ging vertellen, raakte ons dwergje erg onder de indruk. Wat een prachtige verhalen over wat er allemaal boven de grond zou zijn: De woorden zeiden hem niet veel en tegelijkertijd ook weer wel: Regen, kleuren, zonlicht, regenbogen en wolken. Er werd iets in hem wakker geschud. Hij herkende iets in deze verhalen, maar hij wist niet waarom en hoe.

Niet iedereen geloofde de bovengrondse dwerg. Hij werd beschuldigd van het vertellen van leugens en van het zaaien van onrust. Hoe kon er een wereld boven het Dwergenkoninkrijk zijn? Dat zouden dan toch wel meer dwergen gezien hebben? Nee, deze dwerg had in het beste geval een rijke fantasie, maar was waarschijnlijk gewoon een oplichter.

Ondanks deze negatieve geluiden over de bovengrondse dwerg raakte het Dappere Dwergje met hem bevriend. Hij was zelf ook nog wel sceptisch en vertrouwde de verhalen niet helemaal. Kon het waar zijn dat er een wereld boven het Dwergenkoninkrijk bestond?

De bovengrondse dwerg werd een soort mentor voor het dappere dwergje en leerde hem anders naar de dingen te kijken. Op een dag stelde hij weer eens een prikkelende vraag aan het dwergje “Wat zou er gebeuren als je niet meer het werk gaat doen wat je altijd al hebt gedaan”. Wow, dat was een raar idee. Dwergen zijn altijd zeer trouw en blijven hun leven lang het voor hen vastgestelde werk doen. Dat hoorde nou eenmaal zo. Hiermee stoppen zou tegen alle tradities  in gaan.

Tegelijkertijd voelde het dappere dwergje al jaren dat dit niet voor hem weggelegd zou zijn, maar hij durfde er bij zijn vrouw en bij zijn baas nooit over te beginnen. Toen zijn mentor dit zo direct vroeg, wist hij wat hem te doen stond. Hij zou los komen van het vastgestelde werk en zijn eigen, vrije werk gaan creëren.

Verrast was hij toen zijn vrouw hem voor 100% hierin steunde. Ze zorgde ervoor dat het dappere dwergje met veel plezier het vastgestelde werk losliet en langzaam voor zijn eigen werk ging zorgen. Het was waar dat veel dwergen dit niet begrepen en bang werden van wat het Dappere Dwergje deed. Anderen vonden het wel dapper en verlangden zelf ook naar het vrije werk.

Het Dappere Dwergje kende veel dwergen en kon veel voor hen betekenen. Dat ze hem daarvoor ook zouden willen betalen, dat had hij nooit gerealiseerd, maar het bleek wel zo te zijn. Als snel ging het als een lopend vuurtje door het koninkrijk dat het Dappere Dwergje vrij was om te werken waar en voor wie hij maar wilde. Dit zorgde voor klanten van heinde en ver.

In zijn huis had het dappere dwergje een aparte kamer ingericht voor zijn vrije werk. Omdat nog maar weinig dwergen echt vrij werk hadden, had hij geen referentiekader en moest hij zelf uitvinden hoe je het beste vrij werk kon uitvoeren.

Van zijn vrouw kreeg hij een Waarheidsspiegel voor op zijn werkkamer. Deze spiegel liet zien wat zijn eigen aandeel was in het succes en het falen van zijn werk. Het oppervlak van de spiegel was keihard en spiegelde alles. Niets bleef onbelicht. Het dappere dwergje keek niet graag in de spiegel, maar realiseerde zich wel dat hij om verder te komen toch regelmatig in de spiegel moest kijken. Heel scherp en duidelijk liet de spiegel zien wat hem te doen stond om gedoe in zijn werk op te lossen. Heel raar, maar ook zijn aandeel in het succes vond het dwergje moeilijk om te zien. Alsof hij liever geen verantwoordelijkheid nam voor de mooie dingen die hij realiseerde. Gelukkig liet de spiegel hem dit onomwonden zien en hierdoor kon het dappere dwergje dit ook wel accepteren.

Voor de inrichting van zijn werkkamer pakte hij ook een bijzonder voorwerp uit de woonkamer dat hij in zijn werkkamer plaatste. Dit was het Persoonlijk Orakel. Dit was een eeuwenoude traditie en iedere dwerg had zo’n orakel, maar bij de meesten stond het ergens in een kast of had men er een doek overheen gelegd. Het Dappere Dwergje voelde echter dat hij nu echt wat aan dit Persoonlijk Orakel kon hebben. Het gloeide soms op, veranderde van kleur en soms kon je ook woorden horen. Het kostte hem wat tijd om het Persoonlijk Orakel te begrijpen, maar steeds meer kreeg hij informatie over wat voor hem het beste was om te doen en wanneer. Dit hielp hem enorm bij het vormgeven van zijn vrije werk.

Het Dappere Dwergje werkte hard. Misschien wel harder dan toen hij het vastgestelde werk deed. Hij was echter veel gelukkiger en vervulder. Van binnen voelde hij een vuurtje branden dat hem de energie gaf om al het werk te doen.

Toch merkte hij ook dat hij af en vast zat in de oude patronen van zijn voorouders en van het dwergenvolk. Altijd hadden ze hard moeten werken om de stenen te houwen en te verplaatsen. Alleen door zware fysieke arbeid konden ze resultaten boeken. Het Dappere Dwergje had wel door dat dit niet meer voor hem gold. Zijn Persoonlijk Orakel had hem dit vaak verteld, toch stapte hij nog regelmatig in deze oude patronen.

Toen hij dit aan zijn mentor voorlegde gaf deze hem een bijzonder voorwerp, de hulproeper. Dit waren een aantal holle bamboestokjes die aan elkaar gebonden zaten. Als het dappere dwergje deze schudde, droeg het geluid zover dat dwergen in verre uithoeken van het koninkrijk het konden horen. Ze resoneerden dan mee met het geluid en wanneer het passend was, kwamen ze naar het dappere dwergje. Het bleek dan iedere keer dat precies op het juiste moment de juiste dwergen kwamen om de prachtige en grootste plannen van het dwergje te helpen realiseren. Ook als het dwergje het even niet zag zitten of vast zat in zijn eigen wereld, zorgde de hulproeper ervoor dat de juiste dwergen op zijn pad kwamen.

Dit scheelde hem inderdaad heel veel werk. Het Dappere Dwergje was erg blij met de hulproeper, hoewel hij het soms nog wel lastig vond om hem te gebruiken.

Op een dag wandelde ons dwergje gewoon wat rond. Sinds hij niet meer het vastgestelde werk deed, had hij meer tijd om gewoon rond te wandelen. Toen hij zomaar ergens ging zitten werd zijn oog getrokken naar een donker hoekje. Toen hij goed keek, vond hij verstopt onder wat stenen een sleutel. Het dwergje nam de sleutel mee en bewaarde hem goed. Hij voelde dat dit een belangrijk voorwerp was, ook al begreep hij totaal niet waarom. Ook voelde hij wat spanning in zijn buik en een wat onbestemd gevoel dat bij de sleutel hoorde. Er kwam zelfs wat verdriet en angst naar boven. Hij wist niet wat hij hiervan moest denken.

De volgende dag besprak hij de vondst van de sleutel met zijn mentor. Deze was niet verbaasd en had eigenlijk verwacht dat het dappere dwergje al eerder de sleutel gevonden zou hebben. Hij noemde het de sleutel van emotionele bevrijding. Hij vertelde het dwergje dat hij hem kon leiden naar de deur waarop deze sleutel paste. Deze deur zou hem leiden naar een plek waar hij geconfronteerd zou worden met verborgen emoties, zodat hij zich hiervan kon bevrijden. Het Dappere Dwergje moest echter zelf bepalen of hij mee wilde gaan. Het zou geen makkelijke tocht worden.

Avontuurlijk en naïef als het dappere dwergje was, zei hij direct ja en ging met de mentor op reis. De mentor leidde hem door delen van het koninkrijk waar hij nog nooit was geweest. Hoe verder ze liepen, hoe minder zeker het dwergje was van zijn besluit. Hij voelde steeds meer spanning in zijn lichaam. Ook zijn gedachten gingen alle kanten op en diverse doemscenario’s kwamen voorbij. Toch ging hij door. Hij had A gezegd en zou nu ook B zeggen. Bovendien hield hij van avontuur en stapte dus dapper verder achter zijn mentor aan.

Na een aantal dagen kwamen het Dappere Dwergje en zijn mentor bij een groot metalen hek dat de toegang afsloot naar een smalle donkere, vochtige gang. Het was geen aantrekkelijke weg. De mentor vertelde het dwergje bovendien dat hij vanaf hier alleen verder moest reizen. De sleutel zou hem toegang geven tot de gang en dan zou hij vanzelf ontdekken waar de gang toe leidde.

Hij opende de deur en liep de donkere onheilspellende gang in. Het Dappere Dwergje was niet snel bang, maar nu moest hij toch even slikken voordat hij door ging. Langzaam liep hij door de gang waarin het steeds kouder en kouder werd. Totdat hij bij een grote open ruimte kwam waar allemaal graven stonden. Toen realiseerde hij zich dat dit misschien wel het Kerkhof der Vergeten Zielen was, waarover zijn mentor wel eens had gesproken. Hij zag dat er meer dwergen waren die langs de graven liepen. Sommigen zaten bij een graf en het leek alsof ze nooit meer weg zouden gaan. Er hing een bedroefde en zware lucht. Je kon het verdriet bijna aanraken. Het lopen ging hierdoor ook veel moeilijker.

Moeizaam liep hij langs de graven en zag tot zijn verbazing namen staan van familieleden die hij niet kende. Een groot verdriet bekroop hem en tegelijkertijd een soort waarachtige rust. Hij had altijd van het bestaan van deze mensen geweten, maar er was nooit over gesproken. Bij één van de graven bleef hij staan. Hier voelde hij heel veel verdriet en hij kon niet meer doorlopen. Hij moest gaan zitten en zijn tranen stroomden. Het was het graf van zijn tweelingzusje dat hij nooit had gekend en waarvan hij het bestaan nooit had geweten. Maar nu hij hier zo stond, voelde hij de diepe verbinding en het verdriet, de boosheid en machteloosheid die er ook bij hoorde. Hij ging bij het graf zitten en liet alle emoties en gedachtes komen. Hij werd er bijna door overspoeld, maar hij voelde een steunende hand in zijn rug. Toen hij omkeek, was er niets en toch bleef de steun. Hij was dankbaar voor deze steun en accepteerde dat hij niet zou weten van wie of wat deze kwam, maar gaf zich eraan over.

Het dappere dwergje deed zijn ogen dicht en voelde de aanwezigheid van zijn zusje. Ze ging naast hem zitten en even was het alsof ze echt bestond. Hij genoot met volle teugen, maar wist ook dat hij weer verder moest en niet hier kon blijven, hoe graag hij dat ook wilde. Ze liet hem in zijn gedachte de plek zien waar een kaart was verstopt, een kaart van het gebied voorbij het koninkrijk.  Het dwergje kon de plek direct vinden en nam de kaart met zich mee. Hij voelde een sterke drang om weer naar het graf te gaan en daar, net als vele anderen, te blijven zitten, maar alle overleden familieleden riepen naar hem dat hij moest gaan: “Leef. Maak wat van je leven. Geniet. Omdat wij het niet konden, moet jij het juist wel doen!” Met pijn in zijn hart nam hij afscheid en ging weer terug door de lange, donkere, vochtige gang.

Hij sloot het hek achter zich en draaide het op slot. Zijn mentor was verdwenen. Op de een of andere manier was dat geen verrassing. Hij was een andere dwerg geworden. Hoe en wat precies, dat wist hij nog niet.

Het bezoek aan het Kerkhof der Vergeten Zielen had veel met het Dappere Dwergje gedaan. Het duurde dan ook dagen voordat hij alle ervaringen echt tot zich door had laten dringen. Hij merkte dat hij door het bezoek aan het Kerkhof der Vergeten Zielen een andere dwerg was geworden. Hij was completer, vollediger en kon nu meer van het leven genieten. Bovendien was zijn nieuwsgierigheid naar de zogenaamde bovengrondse wereld aangewakkerd. Alsof daar de sleutel lag voor veel van de dingen die hij mis zag gaan in het koninkrijk.

Ook in zijn werk merkte het dappere dwergje dat hij vrijer was geworden, gemakkelijker nee kon zeggen en duidelijker wist wat hij wel wilde. Hij merkte dat dit een aantrekkende kracht had op de mensen die zaken met hem wilde doen. Ze kwamen vanzelf naar hem toe, zonder dat hij op pad moest om zijn diensten aan te bieden.

De kaart die hij op het Kerkhof der Vergeten Zielen had gevonden intrigreerde hem enorm. Deze gaf namelijk duidelijk aan dat er veel meer was dan alleen het Dwergenkoninkrijk. De Grote Muur in het Oosten was de enige echte grens. De kaart liet hierachter ook niets nieuws zien. Voorbij het Grote Water in het Westen lagen diverse andere koninkrijken, de Verre Landen. Voorbij de graven van de voorouders in het Noorden, stond op de kaart het Koninkrijk van de Voorouders. Het dappere dwergje werd het meest aangetrokken door wat er voorbij de wachters in het Zuiden en de kloof op de kaart stond getekend, het Bovengrondse koninkrijk.

Zou het dan toch waar zijn wat de mentor hem verteld had? Zouden de oude legendes dan toch de waarheid hebben verteld?

In de jaren die volgden reisde het Dappere Dwergje naar alle onbekende gebieden. Hij ontdekte dat de kaart inderdaad gelijk had. Er was veel meer dan alleen het Dwergenkoninkrijk.

Hij ontdekte nieuwe Dwergenkoninkrijken door schepen te bouwen die hem over het Grote Water konden vervoeren.

Na zijn ervaring op het Kerkhof der Vergeten Zielen was het niet moeilijk om door langs de Graven van de Voorouders naar het Koninkrijk van de Voorouders te reizen. Daar vond hij verbinding met het werk dat zijn voorouders hadden gedaan.

Ook reisde hij naar het Oosten waar hij bij de Grote Muur kwam. Hoe hij het ook probeerde, hier kon hij niet aan voorbij.

Naar het bovengrondse koninkrijk durfde ons dwergje echter nog niet te reizen.

Tijdens al deze reizen verzamelde hij informatie, kennis en ontdekte hij nieuwe wetmatigheden over mechanismen van creatie en destructie. Deze nieuwe wetmatigheden stopte hij in de Pot der Wetmatigheden die hij al jaren in zijn werkkamer had staan. In deze pot zaten alle wetmatigheden over creatie en destructie, over oorzaak en gevolg, over succes en falen en over de stroom van het leven. Door de eeuwen heen waren alle wetmatigheden door deze pot opgenomen. Ze waren vastgelegd in de slakkenhuisstructuur die binnenin de pot gevormd was. Naast de door onderzoek en bestudering van het leven en het vastgestelde werk ontdekte wetmatigheden, bevatte de pot ook de geheime wetmatigheden die het werk wel beïnvloedde, maar niet bekend waren bij de wijze dwergen. Met de informatie die hij uit de nieuwe gebieden meenam, kwam er nog meer wijsheid beschikbaar in de Pot er Wetmatigheden. Het Dappere Dwergje hoefde alleen maar in de pot te kijken en zag dan als het ware de structuren en verbanden van het werk, het leven en de onderlinge relaties. Hierdoor kon hij veel gemakkelijker zijn plannen bedenken en strategieën ontwikkelen. Ook kon hij anderen helpen hoe ze het beste het vrije werk konden gaan vormgeven.

Na al dat reizen voorbij de zogenaamde grenzen van het Dwergen koninkrijk voelde het dappere dwergje in al zijn vezels dat het tijd was om het Bovengrondse Koninkrijk te gaan ontdekken en de inzichten mee terug te brengen naar het koninkrijk.

Zo reisde hij op een dag naar de wachters in het Zuiden. Aangekomen bij de wachters werd hij toch een beetje bang. Ze zagen er zo groot en angstaanjagend uit. Het leek alsof ze de diepste existentiële angsten in de dwergen aanwakkerden en er zo voor zorgden dat niemand het durfde om verder te gaan. Het dappere dwergje had echter vaak genoeg in de waarheidsspiegel gekeken om al zijn angsten onder ogen te komen. Bovendien had hij op het Kerkhof der Verloren Zielen veel verborgen emoties naar boven laten komen. Hij was dus niet echt verrast door de angsten die de wachters in hem belichtten. Toch moest hij heel bewust en rustig en met aandacht naar de angsten toe om zich er niet door te laten weerhouden om door te gaan. Hij realiseerde zich wel dat eenmaal voorbij de wachters zijn wereld nooit meer hetzelfde zou zijn.

Nadat hij zijn angsten had aangekeken liep hij voorbij de wachters. Deze bleven rustig staan en deden niets. Een rust kwam over het Dappere Dwergje en hij liep door de kloof. De weg liep langzaam omhoog en met iedere stap die hij zette, voelde hij dat hij met iets groots bezig was. Hij voelde een sprankeling in zijn lijf, een helderheid in zijn geest en ging steeds sneller lopen.

Uiteindelijk zag hij de eerste zonnestralen. Wow, wat een fantastisch gezicht was dat. Het was dus waar wat de legendes vertelden en wat de bovengrondse dwerg had gezegd. Er was een bovengrondse wereld. Hij versnelde zijn pas en kwam uiteindelijk in een grote groene weide terecht. Het zonlicht scheen op zijn blanke huid en zijn ogen moesten erg aan het felle licht wennen. Na een paar minuten keerde hij alweer terug, omdat hij het felle licht, de vele kleuren en nieuwe lucht niet aankon.

De weken daarna ging hij steeds vaker naar de bovengrondse wereld. Hij wende aan het felle licht, de kleuren en de andere lucht. Hij genoot van deze nieuwe wereld. Hij ontdekte steeds meer nieuwe dingen en bij thuiskomst wilde hij er zoveel mogelijk dwergen over vertellen. Velen waren echter doof voor zijn verhalen. Ze konden zich niet voorstellen dat er een andere wereld was dan de wereld die ze zo goed kenden. Zij hadden ook geen kaart van het grotere gebied gekregen en durfden niet langs de wachters. Gelukkig waren er meer dwergen die net als het Dappere Dwergje bekend waren met de bovengrondse wereld.

Tijdens zijn bovengrondse reizen ontdekte hij bepaalde Wisselwerking Wetmatigheden waarbij de bovengrondse wereld het dwergenkoninkrijk beïnvloedde. Zo ontdekte hij dat er iets was dat ze regen noemde en dat ervoor zorgde dat het waterniveau in de meren en rivieren in het koninkrijk stegen. Ook ontdekte hij dat het zonlicht zoveel levensenergie kon leveren dat er wel 1.000 koninkrijken van zouden kunnen bestaan. Hij zag ook waar het rommelende geluid vandaan kwam dat ze vaak hoorden. Duizenden wilde dieren renden dan over de grote vlakte.

Hij zocht naar manieren om de lessen die hij leerde met de andere dwergen te delen. Daarvoor nam hij af en toe wat mee uit de bovenaardse wereld. De ene keer een tak, de andere keer het bot van een dood dier. Door middel van deze voorwerpen liet hij de dwergen aan den lijve ervaren wat de bovengrondse wereld te bieden had. Het enige dat hij niet kon meenemen was het licht en dat frustreerde het Dappere Dwergje.

Tijdens zijn reizen naar de bovengrondse wereld was hij namelijk het meest gegrepen door het prachtige zonlicht. Hij bleef zoeken naar een manier om dit licht mee te nemen naar het Dwergenkoninkrijk. Jarenlang lukt het niet om dit licht te vangen. Tot hij op een dag weer boven de grond was en op zijn reis een kristal ontdekte. Dit kristal leek al het licht vast te houden dat erop scheen. Hij nam het kristal mee naar het Dwergenkoninkrijk en inderdaad het kristal gaf licht. Dit was een hele bijzondere ervaring om voor het eerst het licht van bovengronds ook ondergronds te kunnen zien. Hij liet het lichtkristal aan vele dwergen zien. Tot zijn verbazing reageerde niet iedereen positief. Sommigen schrokken, anderen deed het pijn aan de ogen en weer anderen zagen helemaal niets. Gelukkig waren er ook velen die net zo verrukt en blij waren bij het aanschouwen van dit prachtige licht.

Hij droeg het kristal eigenlijk altijd bij zich, zodat het licht zijn pad en dat van anderen kon verlichten.

Meer en meer mensen werden aangetrokken tot het werk van het Dappere Dwergje Ze wilde leren hoe ze ook gebruik konden maken van de kwaliteiten en speciale voorwerpen uit de bovengrondse wereld. Het Dappere Dwergje vertelde graag en deelde met plezier zijn kennis en ervaring. Zijn vrije werk floreerde en hij bleef de grenzen van het koninkrijk verkennen. Hij ontdekte daarbij zelfs een scheur in de Grote Muur in het Oosten waar hij soms doorheen keek.

En hij leefde nog lang en gelukkig.

 

10 Comments

  • Annemarie Smit schreef:

    Dag Martijn,

    Een prachtig sprookje. Kan ik hieruit opmaken dat jij in sprookjes geloofd?
    Ik geloof ook, niet zo zeer specifiek in sprookjes maar wel in God, de Mentor die mij, jou en iedereen laat schijnen als een kristal. En daarmee anderen in het licht weet te zetten. Dwars door het donker, want het Licht wint altijd van het donker.

    (op)Lichtende groet,

    Annemarie

    • Martijn schreef:

      Voor mij gaat het niet zozeer over geloven in sprookjes. Voor mij raken ze een diepere laag in ons waardoor je meer kunt vertellen dan met een zakelijk verhaal.
      Het gaat voor mij ook niet zozeer over winnen of verliezen van het licht en het donker. Deze kanten horen allebei bij het leven. Dat is de essentie van de dualiteit waarin we leven. Daaraan voorbij kun je eenheid ervaren, dat waar we allen één zijn. Daar is geen donker noch licht.
      Soms wordt deze eenheid met licht aangeduid, maar dan niet als tegenpool van donker, wat mij betreft.

  • Martijn, wat een prachtig verhaal. Net op het moment dat ik het nodig heb in mijn leven, wordt dit verhaal geleverd in mijn ‘brievenbus’. Alsof ik de hulproeper heb ingeschakeld 🙂
    Alleszins, mijn persoonlijk orakel werkt de laatste weken heel vaak en ik luister er steeds meer naar. Het brengt mij naar ongekende oorden. Dat is soms heel bangelijk en diep in mijn hart heb ik zin om naar de bovengrondse wereld te gaan!!

    Maar ik denk dat ik af en toe zal moeten kijken in de waarheidsspiegel. Ik heb die nodig om los te komen van mijn voorouders en oude patronen… Maar ik denk dat een mentor als jij mij af en toe eens zal moeten helpen om in die waarheidsspiegel te durven kijken…

    Ik kijk er naar uit om aan de slag te gaan met mijzelf 🙂
    Tot later, Dominieke Van Den Bossche

  • Jeannette Lamme schreef:

    Destijds kon ik helaas niet bij je jubileumviering zijn, Martijn. Nu toch het sprookje “meegekregen”.
    Wat een mooi sprookje in een wereld waarin alle koninkrijkjes inmiddels zo aan het veranderen zijn 🙂

  • Theo Buijsrogge schreef:

    Prachtig en inspirerend Martijn!
    En ik heb weer een nieuw talent in je ontdekt: sprookjesverteller

  • Nell Ketelaars schreef:

    Wat een mooi sprookje. Moed – dapperheid – doorzetting en overwinning van de angst!!
    Bewustwording.
    Dan wordt alles lichter . 🙂

    Het dwergje is inmiddels een Dwerg geworden!

    Heel inspirerend verhaal

Leave a Reply


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.